Voor Wie?

Baby's

Bij zuigelingen zijn er signalen die kunnen wijzen op motorische problemen.

  • overstrekken 
  • lage spierspanning 
  • onrust 
  • asymmetrie 
  • moeite met houdingsveranderingen 
  • eenzijdig bewegen (voorkeursrotatie)
  • niet willen kruipen, billen schuiven

Ook chronische aandoeningen aan de luchtwegen of veel huilen kunnen een aanwijzing zijn dat er iets aan de hand is. In veel gevallen zullen de huisarts en/of de kinderarts een rol spelen bij het signaleren van dergelijke problemen. Vaak geldt: hoe eerder het kind behandeld wordt hoe geringer de verstoring van de ontwikkeling van het kind is.

Voorbeelden van indicaties zijn:

  • asymmetrische zuigeling met voorkeursligging, al dan niet met afgevlakte schedel 
  • motorische ontwikkelingsachterstand: baby's die niet omrollen, zitten, kruipen of lopen 
  • huilbaby's 
  • billenschuivers 
  • baby's met orthopedische afwijking 
  • baby's met geboortetrauma 
  • baby's met ademhalingsproblemen

Peuters en kleuters

Jonge kinderen met een verkeerde houding of vertraagde ontwikkeling kunnen daar veel last van hebben. Lichamelijk, maar ook sociaal! Omdat ze niet kunnen meespelen op de speelplaats of in de turnles en zich dan gaan afzonderen.

Voorbeelden van indicaties zijn:

  • motorische ontwikkelingsachterstand: wanneer peuters niet kunnen wat leeftijdsgenootjes wel doen door bv. : 
    - bewegingsangst 
    - loopstoornissen
    - hyperactiviteit
    - te hoge of te lage tonus 
  • problemen met fijne motorische opdrachten (tekenen, kleuren, knippen...)
  • problemen met handkeuze en lateraliteit (voorkeur-werkrichting)
  • wanneer het kind te vaak "ik kan dat niet" zegt

Schoolkinderen

Oudere kinderen kunnen motorisch onhandig zijn of "houterig" bewegen, vaak hun evenwicht verliezen en veel uit hun handen laten vallen. Ook kan een kind angstig zijn om te bewegen of een slechte of slappe lichaamshouding hebben.
Soms maakt een kind veel bijbewegingen of lijkt het achter in zijn motorische ontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenootjes.
Een kind kan moeite hebben met stilzitten en om zich lang te concentreren. Het leren schrijven gebeurt moeizaam en vertraagd, het kind heeft moeite met het wisselen van draairichtingen en maakt omkeringen.

Als uw kind verandert van een vrolijke, actieve kleuter naar een onzeker, faalangstig kind, is het nodig dit verder te onderzoeken en in te grijpen.

Voorbeelden van indicaties zijn:

  • motorische ontwikkelingsachterstand Developmental Coordination Disorder (DCD) 
  • ADHD, ADD (concentratie problemen) en ASS (autismespectrum-stoornis) 
  • schrijfproblemen 
  • lateraliteitsproblemen 
  • visuomotorische problemen stress bij kinderen (psychosomatische klachten, hyperventilatie...) 
  • houdingsafwijkingen